Jeukende handen

Het was een opmerkelijk dubbelinterview, vorige week in deze krant, met de gaande en komende voorzitter van de vakgroep Ingenieursbureaus van Bouwend Nederland. Vooral de nieuwe voorzitter ging er eens goed voor zitten. Hij ging er zelfs zó goed voor zitten dat ik al lezend af en toe figuurlijk de handen voor de ogen sloeg. “Waarom zég je dat nou”, riep ik op enig moment in vertwijfeling.

Op de voorpagina werd het interview aangekeild onder de kop ‘Imago bouw is kwelling ingenieurs’. De vakgroep constateert dat de beste ingenieurs door dat imago rechtstreeks naar onafhankelijke bureaus gaan. Ik citeer: “Onze mensen moeten tien keer zo goed zijn als de ingenieurs van de onafhankelijke bureaus. Als je van een aannemer komt, staat dat op je voorhoofd geschreven. Toch, als je scherp gaat in het ontwerp, kan dat nog steeds technisch integer zijn. De mensen van de onafhankelijke bureaus worden onmiddellijk gezien als deskundig en onkreukbaar. Dat onterechte verschil in benadering raakt al mijn allergieën.”

De vraag is of de buitenwacht inderdaad zo’n scherp onderscheid maakt. Als dat zo is, is er voor de vakgroep werk aan de winkel: aan de inhoud, als de kritiek terecht is, of aan de communicatie, als de kritiek niet terecht is. Maar dat laatste moet dan niet zoals in dit interview. Eerst een negatief beeld schetsen en het dan ontkrachten, werkt averechts. De neutrale lezer denkt namelijk meteen: ‘waar rook is, is vuur’. De ontkrachting heeft vervolgens geen kracht omdat die van de eigen voorzitter komt.

Overigens bracht hij wel degelijk een aantal goede, positieve punten naar voren. Maar dat spoelde de negatieve toonzetting van het stuk helaas niet meer weg. Niks mis met die vakgroep, en ook zeker niet met de voorzitter. Gewoon een kwestie van anders communiceren. Ik zeg het maar eerlijk: mijn handen jeuken.

ir. Remco de Boer

(Deze column is op 5 september 2012 gepubliceerd in dagblad Cobouw)

deel dit bericht:

Comments are closed.